Aantoonbaar verantwoord

Maatschappelijk verantwoord ondernemen: normalisatie en certificatie

De ISO 26000-richtlijn is sinds het najaar van 2010 beschibaar en omvat het volledige scala aan initiatieven rond maatschappelijk verantwoord ondernemen. ISO 26000 is niet bedoeld en niet geschikt voor certificatie. Op basis van de richtlijn is wél de certificeerbare MVO Prestatieladder ontwikkeld.

ISO 26000 overstijgt alle bestaande en regionale initiatieven rond maatschappelijk verantwoord ondernemen en beantwoordt op die manier aan de vraag van de markt naar standaardisatie. De richtlijn biedt hulp bij het integreren en verankeren van duurzaamheid in de totale bedrijfsvoering van om het even welke organisatie. Grote ondernemingen, maar ook kleinere organisaties en overheidsinstellingen kunnen er mee aan de slag.

De tekst bouwt voort op onder meer de OESO-richtlijnen voor multinationals, de VN Global Compact, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over fundamentele principes en rechten op het werk. Er zijn zeven kernonderwerpen: behoorlijk bestuur, mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu, eerlijk handelen, consumentenbelangen, maatschappelijke betrokkenheid, met daaronder telkens aandachtspunten. Zeven algemeen geldende principes moeten doorheen alle bedrijfsprocessen worden ingevoerd: verantwoordelijkheid, transparantie, ethisch gedrag, respect voor de belanghebbenden, voor de wetgeving, voor internationale gedragsnormen en voor mensenrechten.

ISO 26000: certificeerbaar of niet?

De vraag of ISO 26000 al dan niet een certificeerbare standaard moest worden, was een van de grote discussiepunten tijdens zijn zeven jaar durende ontstaansgeschiedenis. Dieter Vander Beke, hoofd van de dienst duurzame productie- en consumptiepatronen van de POD DO (Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling) was gedurende vijf jaar bij het traject betrokken. Met 450 experts en 210 waarnemers in de werkgroep, afkomstig uit 99 ISO-landen en 42 gelieerde organisaties, was dit trouwens het grootste multistakeholderproces ooit binnen ISO.

"Verschillende partijen stonden met hun meningen tegenover elkaar. Terwijl de ngo's zich over het algemeen voorstander van certificatie toonden, waren de bedrijven, bij monde van hun federaties, vooral tegen. Bij de aanwezige overheden waren de meningen min of meer gelijk verdeeld. Uiteindelijk is beslist om het bij een niet-certificeerbare richtlijn te houden. Als een vorm van compensatie is wél gekozen voor een vrij ambitieuze inhoud, vanuit een internationaal perspectief." Dieter Vander Beke was geen tegenstander van een certificeerbare norm, en vindt ook de nu ontwikkelde certificeerbare MVO Prestatieladder een goede zaak.

"De tekst van ISO 26000, soms voorwerp van lange discussies, is niet altijd even gemakkelijk. Bedrijven zoeken naar interpreatie en verduidelijking en naar begeleiding bij het implementeren. In die context zullen hen vanuit de markt verschillende hulpmiddelen worden geboden, zoals de MVO Prestatieladder."

Onderscheidend vermogen creëren

"Bij bedrijven die op een brede, uitgebalanceerde én ernstige manier aan een duurzame bedrijfsvoering werken, groeit steeds meer de behoefte om daarvoor ook erkend te worden. Het gaat dan om bedrijven die vanuit hun kernwaarden en vanuit een ethisch besef hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen en met al hun belangengroepen rekening houden", zegt Dirk van Bogaert, manager Lloyds Register Quality Assurance (LRQA) België.

"Deze bedrijven willen zich onderscheiden en aan hun klanten, leveranciers, medewerkers en potentiële medewerkers tonen dat ze het ernstig menen met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid." Met de MVO Prestatieladder, waarvoor LRQA, samen met DNV en Kiwa het initiatief nam, is er nu een mogelijheid om dat onderscheidend vermogen te creëren. "ISO 26000 was onze inspiratiebron", vertelt Theo Taen, werkzaam bij LRQA in Nederland, en initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar van de MVO Prestatieladder.

"Dat de ISO 26000 geen certificatienorm werd, heeft ook te maken met het feit dat MVO pakweg vijf jaar geleden nog een veeleer ongrijpbaar begrip was. De laatste jaren zijn definities ontstaan en is duurzaamheid gekristalliseerd rond het evenwicht zoeken tussen 'people, planet en profit'." De MVO Prestatieladder is rond dat evenwicht opgebouwd. Een eenzijdige focus op bijvoorbeeld milieu of arbeidsomstandigheden, kan nooit een certificaat opleveren. Naast ISO 26000 is de certificatienorm gebaseerd op de AA 1000 voor wat de interactie met stakeholders betreft en op de GRI (Global Reporting Initiative) inzake duurzaamheidsrapportage. De naam verraadt dat het instrument in Nederland is ontstaan: het verwijst naar de CO2-ladder van ProRail, de Nederlandse spoorweginfrastructuurmaatschappij die leveranciers een hoger gunningsvoordeel bezorgt naarmate ze meer klimaatbewust opereren. In de context van MVO kan de naam 'Prestatieladder' misschien misleidend overkomen.

"Het betekent niet dat bedrijven een bepaald niveau van CO2-uitstoot moeten halen, een minimaal aantal uur opleiding moeten geven aan hun medewerkers of hun ongevallengraad beneden een bepaald peil moeten houden", legt Jean-Charles de Viron, lead assessor bij LRQA uit. "Wel is de MVO Prestatieladder een instrument met verschillende niveaus, vijf in dit geval, die telkens een hoger niveau van maatschappelijke verantwoording inhouden." (zie kader)

Transparanter aankopen

Joost Vanden Berghe, operations manager Belgium bij Det Norske Veritas (DNV): "Vooral het woord 'prestatie' is belangrijk. Het verwijst naar het feit dat bedrijven niet beloond worden voor intenties of verre beloftes, maar dat duurzaamheid aantoonbaar moet worden gemaakt. De auditoren gaan op zoek naar resultaten inzake stakeholdermanagement en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat maakt het instrument uniek, en onderscheidt het van bijvoorbeeld een duurzaamheidscharter, wat een erkenning is op projectbasis."

De MVO Prestatieladder zorgt er volgens Joost Vanden Berghe ook voor dat het aankoopproces efficiënter kan verlopen. "Bedrijven werken voor hun aankopen steeds meer in partnerschap met hun leverancier. Die partnerschappen steunen op vertrouwen. De MVO Prestatieladder kan dit proces ondersteunen. Het instrument, met zijn verschillende niveaus, vertelt je welke graad van duurzaam werken je partner of potentiële partner nastreeft. Zo weten bedrijven beter waar ze aan toe zijn en kunnen ze een aantal tijdrovende controles schrappen. De inzichten bieden ook meer mogelijkheden om een langetermijnsamenwerking aan te gaan."

In dit verband is het belangrijk niet alleen het niveau (1 tot 5, zie kader), maar ook de scope of reikwijdte van het certificaat na te gaan: heeft het betrekking op het uitvoeren van een dienst, op de geleverde producten, of ook op het produceren en misschien zelfs het ontwerpen van de producten? Als het ontwerp mee in de scope staat, betekent dit dat het bedrijf zijn stakeholders rond dat ontwerpproces heeft bevraagd, wat garanties biedt op verbetering en innovatie. Niet alleen de communicatie in de keten wordt door het proces bevorderd, maar ook het interne overleg. "Zo zullen in bedrijven met niveau 4-certificatie aankopers een duidelijk mandaat van de directie moeten krijgen. Het bedrijf zal zich moeten uitspreken over de graad van duurzaamheid die het van zijn leveranciers verwacht, maar de top zal ook duidelijkheid moeten scheppen over het prijskaartje dat ze daarvoor over heeft."

Naar een Belgisch College van Deskundigen

De MVO Prestatieladder dateert van juli vorig jaar. Naast de drie initiatiefnemers zijn er ondertussen een vijftal andere certificatie-instellingen die het systeem ondersteunen en certificaten kunnen uitreiken. Zij zijn erkend door de Foundation Sustained Responsibility (FSR), de Nederlandse stichting die eigenaar is van de MVO Prestatieladder en die een onafhankelijk College van Deskundigen ondersteunt. Dit college is verantwoordelijk voor het beheren en verder ontwikkelen van de norm. Volgens de certificatie-instellingen groeit de belangstelling voor het instrument gestaag. Momenteel zijn er een achttal bedrijven in Nederland gecertificeerd volgens de MVO Prestatieladder, in België zijn een aantal dossiers in opstartfase.

Om het certificatiesysteem in België verder draagkracht te geven, heeft de Nederlandse stichting recent het principe van een Belgisch College van Deskundigen goedgekeurd. Overheid, werkgevers, werknemers, ngo's, bedrijfsfederaties enz. zullen uitgenodigd worden om erin te participeren. Dirk van Bogaert: "Dit college zal zorgen voor een coherente toepassing van het instrument in ons land en afspraken faciliteren tussen de certificatie-instellingen. Voor de MVO Prestatieladder is er immers geen, of nog geen, akkreditatie voorhanden, noch in Nederland, noch in België. Op termijn is het wel de bedoeling dat die er komt." Op sommige punten vraagt de norm ook een aanpassing aan de Belgische situatie: inzake terminologie, maar ook inzake interpretatie van een aantal begrippen, diepgang van het auditonderzoek enz. Vorige maand is de norm ook in het Engels vertaald om verdere verspreiding mogelijk te maken en om op een grotere internationale erkennig te kunnen rekenen als referentie voor MVO-certificatie.n

www.iso.ch; www.mvoprestatieladder.nl

ZELFVERKLARING ROND ISO 26000

Bedrijven die niet voor certificatie kiezen, maar toch kenbaar willen maken dat zij ISO 26000 toepassen, kunnen een zelfverklaring afleggen. In Nederland werkt het Nederlandse Normalisatie-Instituut (NEN) aan een zelfverklaringsinstrument: NPR 9026. Deze norm kunnen organisaties gebruiken om aan de buitenwereld te vertellen hoe zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, hoe ze daarbij ISO 26000 toepassen en wat daarvan de resultaten zijn. Een zelfverklaring heeft een minder dwingend karakter dan een certificatie. Het zal organisaties allicht toelaten flexibeler te zijn in hun duurzaamheidsbeleid- en verklaringen. Dat kan een goede zaak zijn, anderzijds loert in een klimaat dat inzake maatschappelijke verantwoording nog aan maturiteit moet winnen het gevaar van 'greenwashing' of minimale interpretatie om de hoek. Een nadeel van de zelfverklaring is het ontbreken van een attestering door een derde partij, maar daarnaast mist het betrokken bedrijf ook de toegevoegde waarde die een certificatie-audit in de meeste gevallen met zich meebrengt.

MVO PRESTATIELADDER: VIJF NIVEAUS

De MVO Prestatieladder omvat 33 indicator-eisen, plus de eis behoorlijk bestuur. De indicatoren zijn verdeeld volgens de kernthema's die ook in ISO 26000 aanwezig zijn: mensenrechten; arbeidsomstandigheden en volwaardig werk; milieu, grondstoffen, energie, emissies; eerlijk zakendoen; consumentenbelangen en betrokkenheid bij en ontwikkeling van de gemeenschap. Elk van de niveaus van de MVO Presatieladder vraagt een vorm van stakeholdermanagement en een bepaalde diepgang in de MVO-indicatoren. Een organisatie kan zelf kiezen op welk van de vijf niveaus ze instapt. Niveau 1 is het opstartniveau, dat overeenkomt met een nulmeting. In niveau 2 start een continu verbeterproces. Voor beide instapniveaus is de geldigheid van het certificaat 1 jaar. Na één jaar groeien de bedrijven op niveau 1 en 2 verplicht door naar het volgende niveau. Niveau 3 komt overeen met het algemeen haalbare niveau voor de bedrijfstak. In deze fase houden de bedrijven de belangen van interne stakeholders, omwonenden en leveranciers in het oog. Op niveau 4 is de ketenverantwoordelijheid uitgewerkt, terwijl op niveau 5 niet alleen de directe, maar ook alle indirecte stakeholders, de totale maatschappij, in het duurzaamheidsbeleid betrokken is. Er is nu sprake van globale transparantie en in de verschillende domeinen kan het bedrijf excellente prestaties voorleggen.

Op niveau 3 en 4 is het managementsysteem van de betrokken bedrijven volgens een van de normen ISO 9001, ISO 14001, OHSAS 18001, ISO 22000 of SA 8000 gecertificeerd. Op niveau 5 moeten minstens twee van deze certificaties aanwezig zijn. De geldigheid van de MVO Prestatieladder-certificaten op niveau 3, 4 en 5 is telkens drie jaar, met een jaarlijkse opvolgingsaudit.

Delen via

Verwante artikelen

De Rol van Kwaliteitsmanagement in een Duurzamere Wereld

Willy Vandenbrande van QS Consult legt in zijn artikel voor het ‘Journal for Quality and Participation’ haarfijn uit hoe duurzaamheid een startpunt kan zijn om kwaliteitsgerichte economische- en sociale systemen te ontwikkelen.

MVO, veel meer dan liefdadigheid

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is een vorm van ondernemen die de balans tussen People, Planet en Profit (de zogenaamde Triple P) vooropstelt en doorgaans tot verbeterde resultaten voor bedrijf en samenleving leidt

"Definieer minimumcriteria op gebied van kwaliteit"

Bart Waterschoot van Ontex licht in de Kwinta sessie van juni de internationale aanpak van Ontex toe. De kwaliteitsmanagers van de 17 plants, verspreid over Europa en daarbuiten, vallen er onder de group, wat een meer kwaliteitsgedreven beleid garandeert.