Cijfers

Willy Vandenbrande geeft in deze column een kritische blik op hoe er vandaag omgegaan wordt met het meten en weergeven van cijfers die ons allen in de ban houden.

Juicht, beste kwaliteitsvrienden want onze impact is gevoelig aan het stijgen. Wij zijn tenslotte de propagandisten van feiten en cijfers en meten is weten en elk idee is welkom maar enkel als het door data bevestigd wordt, gaan we ermee door. In deze coronatijden worden we, wat cijfers betreft, op onze wenken bediend. Of de daaruit voortvloeiende conclusies en beslissingen ook kwalitatief zijn, laat ik nu even in het midden.

Wat mij opvalt bij de corona-cijfers is dat er heel veel gebruik gemaakt wordt van voortschrijdende gemiddelden om het absolute niveau van een parameter aan te duiden en van procenten om de evolutie in de tijd weer te geven. Dat heeft zo haar gevolgen en moeilijkheden. Het bekijken van een week- of tweewekelijks gemiddelde geeft een stabieler verloop en vermijdt dagelijkse pieken die niet noodzakelijk veel te betekenen hebben. Dat is een pluspunt. Snelle stijgingen of dalingen zijn dan weer iets minder spectaculair omdat in je cijfer een deel van het verleden vervat zit. Dat is een nadeel.

Wat je meet, is uiteraard ook zeer belangrijk en roept soms vragen op. Terwijl ik dit schrijf, bekijk ik de vandaag (21/12/2020) gepubliceerde cijfers. Daaruit blijkt dat tussen 11 en 17 december gemiddeld 2 547 nieuwe besmettingen per dag werden geregistreerd. Vergeleken met de vorige periode (tussen 4 en 10 december) is dat blijkbaar een stijging met 13%. Slecht nieuws zou je zeggen maar er staat wel bij dat de stijging de vorige dag 15 % was, dus de stijging vertraagt. Wel onthouden dat de stijging van de vorige dag het gemiddelde aantal besmettingen per dag tussen 10 en 16 december vergeleek met het gemiddelde aantal besmettingen tussen 3 en 9 december. Volgt u nog?

En alsof dit nog niet moeilijk genoeg is, wordt in de volgende zin gemeld dat het aantal uitgevoerde tests per dag tussen 11 en 17 december 18 % hoger lag dan in de vorige periode (tussen 4 en 10 december dus). Samengevat: het aantal besmettingen is gestegen maar minder snel dan gisteren en de besmettingsgraad (% positieve tests op totaal aantal tests) is gedaald. Moeten we dat nu slecht of goed nieuws noemen?

Om de evoluties weer te geven wordt gebruikgemaakt van percentages vanuit de veronderstelling dat dit zeer duidelijke cijfers zijn die bovendien door iedereen worden begrepen. Ik ben daar nog niet zo zeker van. Een percentage heeft enkel betekenis ten opzichte van een referentie, een startwaarde. Dus als op uw pakje chips staat “40 % minder vet” dan is dat niet noodzakelijk een gezonde snack. Zelfs met een gekende referentie kunnen percentages je nog altijd op het verkeerde been zetten. Zo is een daling van 10 % gevolgd door een stijging met 10 % niet nul. Wie aandelen in zijn portefeuille heeft, kan daar maar beter rekening mee houden. Wie de corona cijfers volgt ook.

Tot daar voor wat betreft Corona, er is gelukkig ook nog ander nieuws. Bijvoorbeeld dat het met ons klimaat helemaal de verkeerde kant op gaat. 2020 wordt het warmste jaar ooit gemeten in België met als opvallende bijzonderheid dat in Ukkel geen enkele winterdag werd genoteerd. Ook dit fenomeen wordt met cijfers opgevolgd en de bekendste doelstelling is die van het klimaatakkoord in Parijs om de stijging van de gemiddelde globale temperatuur beneden 2 °C – en liefst beneden 1,5 °C - te houden, vergeleken met het pre-industriële tijdperk. Daar zijn we nog niet maar misschien is dit gewoon de foute parameter en zijn we in werkelijkheid de kritische grens al lang gepasseerd.

Zoals aangegeven, een gemiddelde vlakt individuele verschillen uit: in de tijd, maar ook in de ruimte. Als het Noordelijk halfrond 3 °C warmer wordt en het Zuidelijk halfrond 3 °C kouder, kunnen we dan op basis van het gemiddelde van 0 °C stellen dat er niets aan de hand is met het klimaat?

Ondanks al deze kommer en kwel wens ik u, beste lezer, van harte een gelukkig nieuwjaar. In de beste traditie van kwaliteit zal verbetering ons deel zijn. Zoals gezegd, het referentiepunt bepaalt alles.

Willy Vandenbrande is consultant en Country Counselor voor België voor de American Society for Quality (ASQ). Hij is de oprichter en voorzitter van QS Consult, een Europees adviesbureau dat organisaties bijstaat in verschillende aspecten van kwaliteitsmanagement.Willy's leidende principe bij elk advies- of trainingsproject is het ontwikkelen van praktische en gepersonaliseerde oplossingen die een directe meerwaarde voor de klant creëren. Zijn filosofie is "aanpassen, niet adopteren". Of het nu ISO 9000 of Six Sigma is, hij moedigt zijn klanten aan om te evalueren wat nuttig is voor de organisatie en dit te implementeren op een manier die het beste aansluit bij hun behoeften.

Delen via

Verwante artikelen

Voedselveiligheid en digitale zekerheid: een combinatie die in de smaak valt?

Naar onderzoek blijft de consument harder inzitten met voedselveiligheid (55%) dan met gezondheid (53%) een belangrijke factor is geloofwaardigheid, maar hoe kunnen digitale oplossingen hierin een rol spelen?

Vooruitgang

In deze column werpt Willy Vandenbrande van QS Consult een kritische blik op hoe de wereld er vandaag op vooruitgaat. Maar wordt de ene oplossing niet vervangen door een nieuw probleem?
Mannelijke crash test dummy

Column: Fitness for use (m/v)

Van zodra een product of dienst voldoet aan de eisen die eraan gesteld worden, is het kwaliteitsvol. Dat is toch wat de Amerikaanse kwaliteitsgoeroe Joseph Juran met "Fitness for use" bedoelde.