Vooruitgang

In deze column werpt Willy Vandenbrande van QS Consult een kritische blik op hoe de wereld er vandaag op vooruitgaat. Maar wordt de ene oplossing niet vervangen door een nieuw probleem?

We gaan erop vooruit! Dat zeg ik niet maar het is het mantra van een grote groep vooruitgangsoptimisten en de data geven hen gelijk. De meest complete “Balanced Scorecard” die we hebben betreffende de toestand van de wereld zijn de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Van die 17 doelstellingen zijn nummer 1 en 2, respectievelijk “geen armoede” en “zero honger” de meest gebruikte om de vooruitgang te illustreren. Onder armoede wordt verstaan extreme armoede, met name een inkomen lager dan 1,9 International US$ per dag. Zero honger zal wel duidelijk zijn ook al hebben weinigen onder ons ooit echt honger geleden, vermoed en hoop ik.

Dalende statistieken

Als je de statistieken bekijkt dan dalen beide indices gestaag. In het geval van de extreme armoede trouwens behoorlijk spectaculair. Ze is gedaald van 42,1 % van de bevolking in 1981 naar 10 % in 2015 (bron Wereldbank). Ook het aandeel mensen dat ondervoed is, daalt zij het een stuk minder snel: van 14.8 % in 2000 naar 10.8 % in 2016 (bron FAO). Wie een beeld wil krijgen van al die vooruitgang moet maar eens de filmpjes van Hans Rosling bekijken op het internet. Je zult er ook leren dat statistiek best leuk kan zijn. En wat heeft dat nu allemaal met mij en met mijn organisatie te maken, hoor ik u al denken. Wel, meer dan u denkt want als je die cijfers wat dieper analyseert dan kunnen daar zeer interessante lessen uit getrokken worden. Die het enthousiasme ook wel een beetje temperen, vrees ik, waarvoor mijn excuses maar de data zijn wat ze zijn.

"Als je een tocht van 100 km voor de boeg hebt, beschouw dan het 90 km punt als halfweg"

Om te beginnen ziet men dat de snelheid van verbetering afneemt met de tijd. Met andere woorden: hoe slechter je bent, hoe gemakkelijker het is om te verbeteren en de laatste loodjes wegen het zwaarst. Uiteraard weten we dat allemaal, maar je houdt er best rekening mee als je zelf doelstellingen stelt: ambitie is goed maar een beetje realiteitszin helpt. Een Japans spreekwoord drukt dat meer poëtisch uit: “als je een tocht van 100 km voor de boeg hebt, beschouw dan het 90 km punt als halfweg”.

Een percentage is een berekend getal op basis van absolute cijfers. In het geval van de SDG’s gaat dat dan over absolute mensen. In 2017, het meest recente cijfer dat ik gevonden heb, waren wereldwijd 821 miljoen mensen ondervoed (bron UN). Elke persoon die honger heeft, is er één te veel in een wereld van overvloed en die 821 miljoen hebben er weinig boodschap aan dat het procentueel de goede kant opgaat. Op dezelfde manier is het voor de kwaliteitsdienst leuk om te zien dat het percentage afkeur daalt maar als de absolute kost ervan stijgt, zal uw baas toch niet echt tevreden zijn.

De ene oplossing kan een ander probleem vormen

Honger is een aspect van voeding, in dit geval van ondervoeding, maar ondertussen worden we met een ander problematisch aspect van voeding geconfronteerd: overvoeding! Vooruitgangsoptimisten wijzen op het fantastische probleemoplossend vermogen van de mens, maar het lijkt er eerder op dat we gewoon het ene probleem vervangen door een ander. Je kunt natuurlijk stellen dat het opgeloste hongerprobleem veel erger is dan het gecreëerde obesitasprobleem maar tegenover 821 miljoen ondervoede mensen staan er nu al ongeveer 2 miljard overvoede.
Ook in organisaties zie je hoe een verbetering in afdeling A een probleem kan doen ontstaan in afdeling B.
Dat blijft niet zonder gevolg: in de USA (één van de zwaarst getroffen regio’s) is de levensverwachting al drie jaar na elkaar aan het dalen. Dus allicht is het voor de voedingstoestand van de wereld interessant om een nieuwe SDG te ontwikkelen: “het aandeel  mensen met een BMI tussen 18,5 en 30” en met een streefcijfer van 100%.   

Ook in organisaties zie je hoe een verbetering in afdeling A een probleem kan doen ontstaan in afdeling B. Het is niet eenvoudig om een coherente set KPI’s uit te werken en daarbij moet je de flexibiliteit houden om ze waar nodig bij te sturen, niet alleen in hun doelstelling maar zelfs in hun definitie.

In een organisatie zal je het relatief snel merken als een lokale oplossing nieuwe problemen heeft veroorzaakt. In de maatschappij en het ecosysteem kan dat wat langer duren, denk maar aan de schadelijkheid van chemicaliën zoals DDT of meer recent de weekmakers voor plastic en plasticvervuiling in het algemeen; om van de klimaatverandering nog niet te spreken. Maar daar kunnen we dan weer ons probleemoplossend vermogen op loslaten en zo gaan we er steeds meer op vooruit. Of niet?

Delen via

Verwante artikelen

Webinars en video conferences

Deze bizarre periode van quarantaine vergt ontzettend veel aanpassingen van iedereen. De voornaamste voor velen is het thuiswerken. Hoe pak je dit professioneel aan?

Mensgericht ondernemen: is je bedrijf er klaar voor?

Ondernemen met respect voor mens en milieu: hoe pak je het aan? ISO 27501 en ISO 26000 bieden een nuttig referentiekader. Het NBN helpt je op weg.

Een bloeiende kwaliteitscultuur bij Janssen

Op donderdag 20 februari werd de Kwaliteitscultuur van Janssen Pharmaceutica uit de doeken gedaan tijdens de Quality Culture-principes sessie georganiseerd door het Vlaams Centrum voor Kwaliteit.